woensdag 2 juli 2008

Stekeligheid

Ze zeggen dat als je moeder wordt, dat dan een leeuwin in je wakker wordt. Dat je zonder voorbehoud onmiddellijk voor je kind wil vechten en je tanden zou willen zetten in éénieder die nog maar in de minst potentiële mate een bedreiging voor het geluk van je kind zou kunnen zijn.
Het is waar, van die leeuwin, al word ik vooral gewaar dat er ook een egel in mij is ontwaakt. Het is een klein beestje dat meestal ongemerkt door het kreupelhout van mijn brein voyageert maar zich op de gekste momenten aan mij kenbaar maakt door zowel zijn als mijn stekels op te zetten. Tot mijn grote verbazing duikt hij op bij iedereen behalve mijn ouders (en uiteraard Pablo). Ik heb geen flauw benul waarom, want we krijgen eigenlijk altijd lieve mensen op bezoek die meestal heel zacht en voorzichtig met de kindjes omgaan. Maar toch: ik moet nog maar een auto horen naderen in de straat, en mijn stekels gaan al omhoog. En de hele tijd als het bezoek hier is, blijven mijn stekels ook rechtop en maken mijn hoofd tot een broeinest van kritiek: ze geven de fles te snel of te traag, ze praten te hard of te zacht tegen de kinderen, ze wiegen ze te veel of te weinig, kijken er te veel of te weinig naar, enz. Ik DOE heel vriendelijk en voorkomend, maar in mijn hoofd denk ik de grootse verwijten die ik ooit al heb gedacht.
Een zeer vreemde ervaring is ook de nieuwe relatie met schoonouders. Zij zijn nu niet alleen meer de ouders van mijn man, maar ook de grootouders van mijn kinderen. Telkens weer moet ik mezelf vertellen dat zij evenveel familie van mijn kinderen zijn als mijn eigen ouders. Terwijl het voor mij in wezen volslagen vreemden zijn, herinner ik mezelf eraan dat er evenveel bloed van hen als van mijn eigen ouders door de aderen van mijn kinderen stroomt. En dat is een zeer moeilijke gedachte. Alleen besef ik gelukkig wel hoe belangrijk grootouders voor kinderen kunnen zijn, en doe ik m’n best om ook de band tussen de kinderen en hun andere grootouders aan te halen. Ik laat hen de kindjes uit de wieg halen, ze op schoot nemen, kleertjes kiezen, enz. en dat allemaal zodat ze elkaar goed zouden kennen en graag bij elkaar zouden zijn.
Maar telkens wanneer ik één van beide kindjes borstvoeding kan geven, ben ik in het geniep toch heel erg opgelucht: tenminste weer een moment dat ik niet verplicht ben mijn kind aan iemand af te geven en er helemaal mijn eigen goesting mee mag doen.

Geen opmerkingen: