maandag 23 juni 2008

Klaar voor hun komst!


De voorbereiding draait op volle toeren: de wiegbekleding is klaar, na vele schetsen en lang nadenken is het ontwerp voor het geboortekaartje eindelijk goedgekeurd, er zijn een aantal lakentjes gestikt, en alle kleertjes die we al kregen zijn gewassen, gestreken en op maat gesorteerd. Eerder maakte ik met mijn mama ook al de doopsuikertjes klaar. We hebben voor de Levensboom gekozen. Met de opbrengst van 1 boom en 100 mandjes kan een kind in Kenia een jaar lang naar school. Met de komst van onze eigen kinderen ook nog een kindje elders kunnen helpen, lijkt ons een mooi idee. Bovendien is het een eeuwenoud symbool, zo’n boom. Het voelt alsof we ook een boom voor onze eigen kinderen planten.
Maar alles is dus klaar nu, en de kinderen mogen theoretisch gezien komen. Toch heeft Pablo hen gevraagd om toch nog zeker 6 weken in mijn buik te blijven zitten. Dan zijn ze namelijk 37 weken en zijn niet alleen hun overlevings- maar ook hun gezondheidskansen veel groter.
We zijn er erg mee bezig nu, met een mogelijke vroeggeboorte. Bij een tweelingzwangerschap is het eigenlijk niet uit te sluiten dat de kinderen er minstens 3 weken te vroeg zullen zijn. Ik hoop dagelijks dat ze alle moeilijkheden die hen dan te wachten staan goed zullen doorkomen. Mijn mama troost me met de gedachte dat het niet goed is voor de kindjes dat ze in de couveuse moeten, maar dat het wel goed is voor de mama, die dan tenminste kan rusten en beter gewapend is tegen de dag dat ze het alleen moet redden met haar kind. Dat troost, maar toch… Dag na dag tel ik nu met Pablo mee af, op weg naar rijpere longetjes, dikkere huid, sterkere zuigreflexen, enz. “De beste couveuse is de buik van de mama”, meldt de gynaecologe me bij elk bezoekje. En: “elke dag langer in de buik, is een procent meer kans op een gezonde baby.” Ik doe dus mijn best om zo kalm mogelijk te leven. Ik ga alleen nog 2 keer per week 500 meter zwemmen, omdat ik het gevoel heb dat dat goed voor mij en de zwangerschap is: meer energie, een beetje conditie en een betere bloeddoorstroming. Alleen mijn diepgang in het zwembad wordt elke week groter. Nog even en ik heb een vaargeul nodig.


*


Uit de boekjes van de kindjes:

“Het wordt steeds spannender: hoelang blijf ik nog in mama’s buik? Vanaf nu kan ik zowat elke dag komen, maar natuurlijk is het beter als ik nog even wacht. Om geen risico’s te nemen hebben mama en papa wel al het valiesje in de auto gezet waarin onze allereerste kleertjes zitten."

Bij de gynaecologe bleken de kindjes niet alleen al 1,940 kg en 2,130 kg te wegen, maar bleek ik ook al 1 centimeter ontsluiting te hebben. Pablo en ik zijn totaal verbouwereerd naar een restaurant getrokken, met de idee dat het onze laatste avond alleen kon zijn. Ontsluiting! Het kan nu gewoon elk moment gebeuren! We waren compleet uit ons lood geslagen, en de Braziliaanse ober die ons bediende zag daar een schitterende aanleiding tot grapjes in. Na met een olijk gezicht op mijn overduidelijke buik te hebben gewezen, keek hij met dramatisch gezicht naar Pablo en riep uit: ‘Papa?! Ow ow ow!”
Toen stak ik twee vingers in de lucht.
“Twice?!” Ernstige stilte. “Aiaiai!”
Voor de rest van de avond keek hij Pablo meewarig aan telkens wanneer hij aan onze tafel passeerde.

Het wordt ook tijd dat ik me ga verzoenen met een keizersnede. De kinderen blijven maar dwars in mijn buik liggen, en de kans dat ze zich nu, met al dat gebrek aan plaats, nog draaien, is eigenlijk onbestaand. Het is dom natuurlijk, om liever de pijn van een bevalling te willen meemaken dan een keizersnede, maar nu ik er dan toch voorsta, ga ik liever ‘all the way’, mèt weeën en bevalling. Ik hoop minstens dat ik eerst een wee voel, en dan pas binnenmoet voor die keizersnede, dan weet ik tenminste eens hoe het voelt. Maar voor de kinderen is het misschien wel beter om met de snelle beweging van een keizersnede ter wereld te komen, zonder eerst half vermorzeld te worden in het geboortekanaal.

Geen opmerkingen: